In elk café zie je ze liggen: oude kaartendoosjes achter de toog. Ze zijn vergeeld, de hoeken zien er verscheurd uit en de afbeelding op de doosjes zijn helemaal vervaagd. Maar hun gezellige karakter hebben ze behouden, ze schreeuwen om aandacht. Ze willen dat je ze in je handen neemt, ze willen hun inhoud tonen in volle glorie.

Kaartspellen

Een stukje geschiedenis

De oudste sporen van het kaartspel in Europa dateren uit de periode 1370-1400, met één vroegere vermelding van kaarten in Italië in 1299. De eerste Europese speelkaarten werden met de hand gemaakt. Deze kaarten waren duur en exclusief. Met de uitvinding van de boekdrukkunst werd het mogelijk goedkoper en in grotere hoeveelheden te produceren, wat dan ook meer en meer gebeurde. Daarbij bestond een grote variëteit aan speelkaarten, aantallen en gebruikte symbolen. Vandaag de dag zijn er steeds meer plastic speelkaarten die een pak steviger zijn en langer meegaan. Er zijn steeds vier verschillende groepen symbolen te onderscheiden, die verondersteld worden de vier standen te symboliseren:

  • De bekers of harten symboliseren de geestelijke stand.
  • De zwaarden, schoppen of pieken symboliseren de adel of militaire stand.
  • De munten, cirkels, ruiten of koeken symboliseren de kooplieden.
  • De polostokken, staven, eikels of klaveren symboliseren de boeren.

Doorheen de jaren werd het kaartspel – of boek – vereenvoudigt tot vier "kleuren":

  • Harten
  • Ruiten
  • Klaveren
  • Schoppen

Kaarten in het kort

De aard en het doel van het spel kan sterk verschillen. Het doel van een kaartspel kan zijn het halen van slagen (bridge, rikken), of het halen van punten (hartenjagen, klaverjassen, puntjassen, bieden) of het verzamelen of wegspelen van zo veel mogelijk kaarten (patience, jokeren, presidenten).

Iedere kleur bestaat uit de puntkaarten (of oogkaarten) die genummerd zijn tot 10, en de figuurkaarten (plaatjes/honneurs/popkaarten) Boer, Vrouw, Heer en Aas. In sommige kaartspellen worden ook nog een of meer jokers toegevoegd.

Pesten - Een eeuwenoud spel

Alle spelers krijgen hetzelfde aantal kaarten, meestal zijn dit 7 of 8 kaarten. De rest van de kaarten zijn 'de pot' en liggen gesloten op een stapel op tafel. De bovenste kaart van de pot, word open op tafel gelegd, en daarmee begint het spel. De speler die begint is nu aan zet, hij of zij moet 1 kaart op de open kaart leggen, die kaart moet dezelfde kleur of waarde hebben als de kaart die er al ligt. Bijvoorbeeld: ruiten 4 ligt er, dan mogen daar allemaal ruiten kaarten op, maar ook een 4 in alle andere kleuren. Als je niet kunt in je beurt, dan moet je een kaart van de pot pakken. En is de volgende speler aan de beurt. Het kan een regel zijn dat als je met je gekochte kaart wel kan, dat je die dan gelijk mag opgooien. Maar dat moet dan van te voren afgesproken zijn.

Pestkaarten

  • Als de 2 word opgegooid, moet de volgende speler 2 kaarten pakken van de pot, daarna mag hij zelf spelen, als hij niet kan moet hij nog een kaart pakken.
  • En zeven blijft kleven. Dat betekent dat als je een 7 opgooit je nog een keer mag, als je niet kan moet je er dan alsnog 1 van de pot pakken.
  • Bij achten moet je wachten: de eerstvolgende speler wordt overgeslagen.
  • Als de boer wordt opgegooid, mag diegenen die hem heeft neergelegd bepalen met welke kleur(harten, klaveren, schoppen of ruiten) er verder word gespeeld.
  • Heer, keer. Het spel draait en er wordt niet meer met de klok mee word gespeeld, maar tegen de klok in.
  • Met een joker moeten er 5 kaarten van de pot af worden gepakt. Diegene die de 5 kaarten moest pakken, mag daarna wel bepalen in welke kleur er verder word gespeeld.